Michiel Kerbosch
Deze week sprak Theater aan de Parade na afloop van de voorstelling Diagnose Mata Hari met acteur Michiel Kerbosch. Hij vertelt in het Kleedkamergesprek over theaterherinneringen, zijn favorieten en het Bossche publiek.
Op welke leeftijd proefde je voor het eerst van theater?
“Ik wist dat ik wilde toneelspelen toen ik een jaar of zes was en de film De Hofnar van Danny Kaye zag.”
Naborrelen in de artiestenfoyer of samen met het publiek in het Theatercafé?
“Samen met het publiek, dat doe ik altijd. Er zijn vaak vragen. Na mijn vorige voorstelling Jesus my Boy wilden bezoekers vaak in discussie over het leven anno nu en 2000 jaar geleden. Dat vind ik altijd geweldig en het publiek ook.”
Wat maakt Theater aan de Parade anders dan andere theaters
“Er zijn een aantal theaters dat mijn voorkeur heeft vanwege de sfeer. Die is in Theater aan de Parade warm en het publiek is geïnteresseerd. Aankomst in het Bossche theater geeft een prettig gevoel, omdat het theater in het centrum ligt. Daar hoort een theater thuis.”
Wat is je mooiste en leukste theatermoment?
“De mooiste momenten zijn de stiltes die ik kan laten vallen tijdens een voorstelling, een stilte waarin het publiek heel geboeid blijft kijken. Geweldig is dat. En dat vind ik ook belangrijk, men weet bijna niet meer wat stilte is.”
Welke voorstellingen bezoek je zelf?
“Ik bezoek het liefste concerten. Het laatste concert waar ik geweest ben was van Sting in de Amsterdamse Arena. Toneel bezoek ik niet vaak, ik ga alleen naar collega’s kijken. Als vakman ken je al veel van de trucjes en daardoor kun je te weinig meegesleept worden.”
Waarin onderscheidt het Bossche theaterpubliek zich?
“Ze zijn geïnteresseerd. Oprecht, zonder artistieke pretentie.”



