Kenta Kojiri, danser bij Nederlands Dans Theater I.
Wanneer begon je met dansen?
“Mijn moeder vertelt altijd hoe ik als driejarige al voor de televisie de turners stond te imiteren toen de Olympische Spelen werden uitgezonden. Zij gaf me daarom op voor turnles. Maar ook al was ik klein, ik wist wel dat dansen meer mijn passie was. Ik ben dan ook snel met turnen gestopt om naar de Noguchi Midorik Ballet Studio te gaan. Daar heb ik van mijn derde tot en met mijn achttiende gedanst.”
Je komt uit Japan. Hoe kwam je in Nederland terecht?
“In Japan droomde ik er al van om naar het buitenland te gaan. Maar omdat mijn ouders niet veel geld hadden dacht ik dat dat nooit werkelijkheid worden. Totdat ik de Prix de Lausanne won, een beurs waarmee ik als stagiair kon gaan dansen bij het fameuze dansgezelschap ‘Les Ballets de Monte Carlo’. Mijn droom kwam uit! Een van mijn eerste optredens met ‘Les Ballets de Monte Carlo’ was in Den Haag tijdens het Holland Dance Festival in het Lucent Danstheater in Den Haag, de thuisbasis van het Nederlands Dans Theater. Toen ik hier op het podium stond voelde het als een soort lotsbestemming. Ik deed een paar jaar later auditie bij het Nederlands Dans Theater en werd na een strenge selectie gelukkig aangenomen.”
Wat doe je na afloop van de voorstelling?
“Bij elke voorstelling geef ik alles wat ik heb. Het vraagt al mijn concentratie en energie. Na de voorstelling ben ik dan ook helemaal leeg. Elk optreden vergt namelijk het uiterste van mij, en van mijn collega-dansers. We zijn maandenlang, iedere dag met de voorbereiding van de voorstellingen bezig. Tijdens de voorstelling komt alles samen. Na zo’n avond heb ik behoefte om alleen te zijn om even tot mezelf te komen. Sommige dansers doen dat door middel van yogaoefeningen. Voor mij werkt een hele lange, warme douche het best.”
Wat maakt het nieuwe programma Fluke het bezoeken waard?
“We dansen het werk van twee grootmeesters in de danswereld: Fluke van Mats Ek en Vanishing Twin (een wereldpremière) van Jiří Kylián. Ik vind het erg leuk dat het werk van Mats Ek heel theatraal is. Wij moeten daar als dansers echt een ander karakter in ‘spelen’. Terwijl we in Kylián’s werk vooral zoveel mogelijk onszelf moeten zijn. Je ziet dus op één avond twee totaal verschillende gezichten van dezelfde dansers. Dat geeft een idee van onze veelzijdigheid en het is ook nog erg verrassend.”




